Scholekster. Heamatopus ostralegus.

 

DE SCHOLEKSTER.

[royalslider id="39"]

 

 

Als ik de scholekster in de polder tegen kom denk ik automatisch aan een mooie, grappige, koddige maar vooral slimme vogel. Zijn manier van doen is aantrekkelijk, hoe hij loopt, hoe hij je in de gaten houd, op een of andere manier blijft hij leuk om te zien.

 

De scholekster is al vele jaren een vaste broedgast in de groene graslanden maar hoofdzakelijk komt hij in het noorden en het westen van het land voor. Terwijl hij eigenlijk een kustvogel is en heel ander voedsel gewend is dan onze wormen, insecten en emelten. Hoe komt dat eigenlijk dat hij een weidevogel geworden is ….

 

Dat komt omdat de omstandigheden aan de kust sterk aan het veranderen zijn. In de duinen is Reintje de vos  heer en meester. Broeden was er niet meer bij, dus week de scholekster uit naar elders. Ook de kokkel en mosselvisserij  is nogal actief  in de Noordzee en, gevolg  te weinig voedsel om de jongen groot te brengen,  daardoor werd de scholekster verdreven naar het achterliggend land.

 

Scholeksters zijn dus in de loop van vele jaren zowel weidevogels als kustvogels geworden. In beide biotopen zijn ze aanwezig.Tegenwoordig broeden ze ook vaker op platte kiezel daken in het stedelijk gebied. Over aanpassen gesproken.

 

Maar echt goed gaat het niet met ze, lees de brief aan de onderzijde van deze aflevering.

 

 

Klik 1 x op de foto voor een nog mooiere foto………..

Scholeksters rustend op een paaltje in het voorjaar.

Opvallend is dat scholeksters vaak allemaal dezelfde kant op zitten te kijken, dit is waarschijnlijk omdat ze elkaar niet hinderen wanneer er gevlucht moet worden voor naderend gevaar. Om dezelfde reden wordt altijd een onderlinge afstand van ongeveer een meter gehandhaafd. Nou ja, behalve dan als ze op deze paaltjes zitten.

 

Even iets anders.

Bovenstaande foto is genomen aan de surfplas in Reeuwijk, een prachtige plas met schoon helder water en wel 30 meter diep. Er vertoeven daar vele soorten vogels en er zijn vele vogels die daar overwinteren tot wel 80.000 stuks.

Door een mislukt eilandjesproject zijn er veel paaltjes net boven de waterlijn blijven staan, heel veel soorten vogels gebruikten deze paaltjes als zitplaats.Voor vele bezoekers en vogelaars een genot om naar de vogels te kijken en foto’s te maken. Maar de overheid heeft in al zijn wijsheid gemeend om deze paaltjes te verwijderen.

Ze zijn weggedrukt in het zand. Niemand begrijpt waarom………….. er is druk naar geïnformeerd maar niemand bij de provincie Zuid -Holland weet waarom dit is gebeurt…………….En daar blijft het dan ook bij…………….

Eigenlijk moeten de paaltjes terug komen, ze hebben een belangrijke functie zowel voor de vogels als voor de bezoekers die dan rustig naar de vogels kunnen kijken. Misschien zijn er meer mensen die dat vinden, en misschien weet u de weg bij de overheid om ze terug te krijgen. Ik hoor het graag.

 

 

 

 

Terug naar de scholekster, bovenstaande moest mij even van het hart.

Territorium  gedrag.

Lawaaimakers.

 

Het is elk voorjaar weer een schitterend gezicht als de scholeksters weer ruzie maken over hun broedplek, mooi op een rijtje met veel lawaai proberen ze hun plekje te veroveren.

 

De scholekster heeft een bijnaam, en dat is Bonte Piet. Bont naar hun veren en Piet naar het geluid dat ze maken, Tepiet-Tepiet..

 

 De paring in beeld.

De paring is een snelle gebeurtenis zoals U op bovenstaande foto kunt zien, in een paar seconden is het gebeurt.

 

Vreemd Nest…..

Na de paring komen onvermijdelijke de eieren, maar dat wist U al. Het eerste nest is vreemd, ik heb er nog geen verklaring voor, geen idee…… 3 kievitseieren en 3 scholekstereieren……… in 1 nest. Wat ik wel  weet is dat de scholekster de strijd heeft gewonnen. Dat kan ook niet anders, de scholekster is groter en sterker dan de kievit en weegt soms wel 800 gram en dat is veel voor  een weidevogel. De eieren van de scholekster zijn dan ook flink te noemen, 57 x 40 mm.

De scholekster kiest vaak voor bouwland dan heeft hij veel zicht (veiligheid) en het lijkt een beetje op het strand……wat je dan regelmatig ziet is dat ze steentjes in het nest aanbrengen zoals ze op het strand en de duinen gewend waren,  dat zit nog steeds in de genen. Gemiddeld leggen ze tussen de 3 en 4 eieren, en om de dag leggen ze 1 ei.

 

 Jonge scholeksters.

Na een kleine 4 weken broeden komen de eieren uit. Mooie schudkleuren, deze jonge scholeksters zijn nauwelijks te zien op de grond van het bouwland/maisland, je moet  goed uitkijken als je er loopt dat je ze niet vertrapt.

 

Scholekster met jong.

Gevoerd.

Een verschil met andere weidevogels is dat de scholekster zijn jongen voert, alle andere weidevogel jongen moet zelf hun kostje bij elkaar scharrelen.

Het gaat niet goed met de scholekster, de populatie is sinds 1990 met 50 % teruggelopen, en dat is te laat opgemerkt. Gevolg dat er nu een bejaarde populatie is. Zoals gezegd worden ze relatief oud, anders waren er nog  maar weinig over( over de leeftijd is vaak discussie hoe oud worden ze nu echt). Onderaan de aflevering is een uit gebreid artikel opgenomen over de Scholekster voor super geïnteresseerde.

 

 

De snavellengte is 7 cm  lang en deze slijt flink tijdens het porren in de grond, maar ter gelijkertijd groeit hij 0,4 mm per dag aan. Als de snavel niet zou slijten dan zou hij doorgroeien en op den duur krom worden.. Op het strand slijt de snavel sneller dan in het grasland, het zand is scherper. Op de foto boven heeft hij wat gevangen een of andere larve

Makkelijk. 

Twee oudervogels op stap met een jong in een tuin met een mals grasveldje met veel voedsel, gemak dient de scholekster.

Het is al weer knap droog (juli 2013)  in de polders en je ziet nu alweer dat de scholeksters de tuinen weer opzoeken om voedsel te bemachtigen. De tuinen worden vaak besproeid dus blijven de wormen en larven boven inzitten.

In het derde jaar zijn de scholeksters geslachtsrijp, in tegenstelling tot veel andere vogels die in het eerste jaar al geslachtsrijp zijn. Gelukkig worden ze redelijk oud (ongeveer 40 jaar) anders zouden we ze niet veel meer zien. Het aantal scholeksters is nu met 65.000 tot 90.000 broedpaartjes nog niet de helft van de aantallen  20 jaar geleden!

 

 

Halfwas jong.

De donsharen zijn nog niet geheel verdwenen, en de snavel moet nog een stukje groeien.

 

 Plaatje niet waar!

Een mooi idyllische plaatje.

Een lijstje met kenmerken

Kenmerken Grote steltloper, is van boven zwart, heeft een witte buik, 7 cm lange rode snavel en roze poten.
Biotoop Langs rotskusten, stranden, wadden en in duingebieden, maar ook steeds meer in polders landinwaarts tot in Limburg toe.
Verspreidingsgebied Europa, Zuid-Afrika, Azië, Australië en Nieuw Zeeland.
Maten en leeftijd 40 tot 45 cm groot; kunnen tot 30 jaar oud worden.
Voortplanting Broedtijd van half april tot in juli; na 24 tot 27 dagen komen de eieren uit, na 10 weken zijn ze volwassen.
Leefgewoonte Leven in groepen; zijn bedreven in het openen van schelpen.
Voedsel Schelpdieren (mossels, kokkels, alikruiken e.d.), krabbetjes, wormen, slakken, insecten, larven en ook

 

 

 

 

Ik kan het niet laten.

Deze foto’s heb ik genomen ergens onderweg, tot mijn grote verrassing vlogen ze niet weg toen ik een foto wilde maken. Ze bleven gewoon zitten, keken even op en gingen gewoon door met voedsel zoeken. De afstand was misschien 20 meter, meestal maken  ze stampij als je in de buurt van de jongen komt…..

 

Echt de laatste foto, ik kon niet kiezen.

Groet Cees

Deze foto kreeg ik toegezonden,wel heel bijzonder!

EEN ALBINO SCHOLEKSTER.

Geboren in de Middelburgse polder in Reeuwijk. Mei 2017.

 

 

De  volgende aflevering gaat over: RIET,van vogelbroedplek tot dakbedekking.

Als je riet in je tuin hebt wil je er zo gauw mogelijk vanaf, maar buiten in de polders en in het plassen gebied wil je het echt niet missen het is onontbeerlijk  voor de natuur. In de aflevering van augustus of september gaat het dus over riet. Er zijn veel soorten riet,  het is een prachtige plant met veel kwaliteiten. Voor vogels een prachtige plek om te broeden en zich te verbergen en het riet zorgt voor schoon water. En de mens gebruikt nog steeds het riet voor diverse doeleinden o.a. dakbedekking.

 

 

 

 

Scholekster is hier over tien jaar praktisch uitgestorven

De ‘Bonte Pieten’ kunnen wel 40 jaar oud worden. Als ze per jaar 0,35 jong groot zouden brengen, zou de populatie in Nederland standhouden. Op dit moment ligt het gemiddeld aantal nakomelingen echter slechts op 0,2.

Waar de scholekster ook neerstrijkt, overal liggen problemen op de loer. De situatie is zo ernstig, dat de vogel over enkele jaren dreigt te zijn verdwenen.

Zonder ingrijpende maatregelen is de scholekster in 2020 als broedvogel zo goed als verdwenen uit Nederland. Er worden veel te weinig jongen groot en ook in de wintermaanden is de sterfte juist onder die jonge vogels aanzienlijk. “Ik wist dat het slecht ging, maar zó erg had ik niet verwacht”, aldus Bruno Ens, teamleider Kust-, Wad-, en Wateronderzoek bij SOVON Vogelonderzoek. Ens verdiept zich al 31 jaar in scholeksters.

Op het eerste gezicht lijkt de Mokbaai op Texel bij laagwater het vertrouwde beeld te bieden van een wad vol scholeksters, rosse grutto’s, tureluurtjes, bergeenden en ander gevleugeld fraais. Tientallen scholeksters peuteren geconcentreerd strandkrabben, kokkels en zeeduizendpoten uit het zachte slik. Een sluwerd jat een krab van een soortgenoot. Het ziet er geruststellend uit, maar Bruno Ens maakt zich grote zorgen. “Er zijn op de ruim zeventig scholeksters die je op dit kleine stukje wad ziet, maar twee juvenielen. Dat is veel te weinig.”

De scholekster kan 40 jaar oud worden en hoeft daardoor per broedpaar gemiddeld slechts 0,35 jong per jaar groot te brengen. Dat lijkt een makkie gezien de gemiddelde leg van drie tot vier eieren, maar het benodigde aantal jongen wordt bij lange na niet gehaald. “Landelijk zitten we gemiddeld nauwelijks op 0,2 jong per broedpaar. De reproductie is al jaren slecht, maar de laatste tijd gaat het erg hard achteruit. Het aantal scholeksters is nu met 65.000 tot 90.000 broedpaartjes nog niet de helft van de aantallen 20 jaar geleden!”

Er wordt al jaren onderzoek gedaan naar deelaspecten van het scholeksterleven. Omdat de signalen dat het slecht gaat steeds pregnanter werden, heeft Ens, met steun van Vogelbescherming Nederland, de afgelopen twee jaar alle gegevens en onderzoeken doorgerekend, geïnterpreteerd en samengevoegd tot één groot problemenrapport. Van alle scholeksters broedt 77 procent in het agrarisch land, 4 procent heeft een nest in de stad en 19 procent zit op de kwelders. In de wintermaanden gaan vrijwel alle dieren naar de Waddenzee of de Delta. “En overal, het hele jaar door, ondervindt de scholekster grote problemen”, aldus Ens, terwijl hij door zijn telescoop speurt naar scholeksters met een ring om hun poot en ringcombinatie LR-GCWT noteert. “Alleen in de stad en op enkele bijzondere locaties als werkeiland Neeltje Jans en de polder van Ameland gaat het broeden soms goed.”

De problemen in het agrarisch gebied zijn de gebruikelijke; de grond wordt te intensief gebruikt, de weiden steeds vroeger gemaaid. De vogels op de begroeide buitendijkse kwelders van de Waddeneilanden hebben te kampen met steeds heviger weer, waardoor de schorren vaker overstromen en nesten verloren gaan. Lukt het wel om de eieren uit te broeden, dan verkommeren de jongen door voedselgebrek, onder meer door schelpdiertekorten. De Waddenzee is eind jaren tachtig zwaar overbevist en herstelt zich onvoldoende. De kwelders op het vasteland zijn veiliger wat betreft weersinvloeden, maar veelal verruigd – een scholekster houdt van kort gras. En op het vasteland loeren vossen.

In de wintermaanden als de meeste vogels naar de Wadden verhuizen, zijn de perikelen zo mogelijk nog groter, vertelt Ens, terwijl hij met veel moeite zijn laarzen loswrikt uit het slijk. Enkele tientallen meters verderop klapt hij de telescoop weer uit. Bomvolle veerboten ten spijt, zijn wad en dijk aangenaam mensloos, alleen vogelgeluiden doorbreken de stilte. Toch is de mens voor een groot deel verantwoordelijk voor de teruggang. Scholeksters eten ‘s winters schelpdieren, bij voorkeur mosselen en kokkels en in tijden van schaarste nonnetjes. Door de mossel- en kokkelvisserij zijn de droogvallende mosselbanken echter verdwenen en nam ook het aantal kokkels enorm af. Inmiddels is de mosselvisserij op droogvallende zandbanken grotendeels verboden en mag er alleen nog handmatig op kokkels worden gevist. Herstel is echter onvoldoende en moeizaam. Ook het nonnetjesbestand is ingestort.

“Maar dat daar is het grootste probleem”, zegt Ens terwijl hij op een grillig gevormde schelpenmassa in het midden van de bank wijst. “De Japanse oester, een voor de visserij geïntroduceerde exoot, die de zich herstellende mosselbanken overgroeit. Naar schatting is slechts 10 procent van de scholeksters in staat een oester open te krijgen en dan alleen de kleine schelpen. Bovendien herstellen de mosselbanken zich alleen in de oostelijke Waddenzee.”

De dieren die in de Delta overwinteren treft al geen beter lot. De Deltawerken en de visserij zorgden voor een aanmerkelijk kleiner voedselaanbod. Herstel is niet te verwachten; door de gewijzigde waterstromingen – een uitgesteld effect van de stormvloedkering – zakken steeds meer droogvallende platen onder water. Scholeksters foerageren op droogvallende platen.

Het ziet er somber uit voor de Haematopus ostralegus, concluderen Ens en Manon Tentij, senior beleidsmedewerker Kust en Zee van Vogelbescherming Nederland. Alleen met verstrekkende, ingrijpende maatregelen is het tij te keren – áls het al te keren is. Om het broedsucces in het agrarisch gebied te verbeteren, moeten er weidevogelkerngebieden komen, afgestemd op de scholekster. Agrarisch natuurbeheer biedt volgens Tentij nu geen soelaas. Vogelbescherming is al met gruttokerngebieden bezig, maar de scholekster vraagt een ander beheer met onder meer een latere maaidatum. Tegengaan van verruiging en aanvallen door roofdieren op de kwelders van het vasteland kan het broedsucces verbeteren, de aanleg van hoge kweldereilandjes kan op de Wadden soelaas bieden.

Ook in overwinteringsgebieden valt wel het nodige te doen, vertelt Tentij. Zo laat Rijkswaterstaat onderzoeken hoe de plaaterosie in de Oosterschelde tegengegaan kan worden en wordt er, betaald door het Waddenfonds en ondersteund door Vogelbescherming, geëxperimenteerd met de aanleg van mosselbanken.

Meer scholeksteronderzoek, onder meer met veertig gezenderde dieren die sinds verleden jaar rondvliegen én de duizenden geringde dieren, moet duidelijk maken waar de scholeksters foerageren. Zo kan worden vastgesteld waar gevist kan worden zonder dat de scholeksters daar ernstig onder lijden. Tentij: “Er kan van alles worden gedaan aan die teloorgang. Maar of het ook echt gebeurt, is maar zeer de vraag. Het huidige politieke klimaat is regelrecht natuuronvriendelijk.”

Ens is even pessimistisch, maar blijft knokken voor zijn ‘Bonte Piet’. Een vlucht rosse grutto’s trekt over het ondiepe water, een grote stern krijst en de bron van alle zorgen blijft nijver peuteren naar voedsel.

Vroeger waarschuwen

De scholekster is niet de eerste vogel waarvan pas laat wordt ontdekt dat het heel slecht gaat. Hetzelfde gebeurde bij de huismus en boerenzwaluw. Vogelbescherming Nederland, het Vogeltrekstation, en SOVON werken daarom aan een early warning system. Door op grote schaal en permanent van alle vogels gegevens over overleving en reproductie te verzamelen en te bewerken, zijn negatieve trends eerder te zien en kan er tijdiger worden ingegrepen.

Niet op de Rode Lijst

Het dreigend uitsterven ten spijt, staat de scholekster niet op de Rode Lijst. Ens: “De door de overheid gebruikte criteria zijn niet geschikt voor langlevende soorten. Bovendien wordt het belang van Nederland voor een soort niet meegerekend. Dat terwijl 30 procent van de wereldpopulatie scholeksters bij ons in Nederland broedt.

bronvermelding,TROUW

 

2 Comments

  1. Atie
    Posted 28 mei 2017 at 08:04 | Permalink

    Wat een duidelijke site over de scholekster! Ik woon in een flat en vlak voor mij nestelen al jaren scholeksters. Niet dat ik dat wist – maar na dit lezen weet ik dat ze een nest hebben. Mijn camera heeft te weinig zoom om de eieren ook echt te kunnen zien liggen. Een half uurtje geleden hebben ze indringers weggejaagd. Mn vraag:paren ze ook nog als ze al eieren hebben? En ze zitten niet constant op het nest, is dit logisch? Alvast bedankt en veel plezier verder met de vogels! Groeten Atie

  2. Posted 28 mei 2017 at 09:38 | Permalink

    Atie,

    Normaal paren ze niet meer nadat alle eieren zijn gelegd,misschien zijn er meer in de buurt

    .Het tijdelijk niet altijd broeden heeft een functie, de eieren moeten regelmatig iets afkoelen, dit is om de luchtkamer in het ei te laten vergroten,door het afkoelen krimpt de vrucht iets in elkaar en blijft dan zo zitten .Op het eind van de broedtijd is 1/3 van het ei luchtkamer.Zo kan het jong ademen als hij het ei kapot pikt.

    Groet Cees

    Groet Cees

Plaats een reactie

Uw email wordt nooit voor reclame of commerciele doeleinden gebruikt. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *